|
| |
The Brother
Islands (Clubreis 2004 , ®
René Kiel)
|
|
The Brothers
De clubreis van dit jaar ging naar The Brothers, twee
eilandjes in de Rode Zee. Door hun ligging ontstaat er meer stroming rondom die
eilandjes en dat zorgt weer voor een gevarieerd onderwaterleven. De hoofdzaak om
die trip uit te zoeken was de kans om haaien te zien. Volgens de folders komen
daar verschillende soorten voor, maar garantie krijg je natuurlijk niet. Omdat
het 8 uur varen is naar die stek hebben we de eerste dag bij Hurgada gedoken.
|
 |
|
Een proefduik en gelijk even oefenen met de decoballon, een verplicht
uitrustingstuk op deze reis. Op een paar uur varen uit de kust komen we bij Gota
Abu Ramada, het aquarium. En inderdaad, het was daar prachtig. Niet beschadigd
door de vele vakantiegangers. Een mooi rif. Niet te diep, tot zo’n 15 meter.
En veel te zien. Bij de eerste sprong dalen we af langs de rand van het rif. Er
staan op de bodem ook nog enkele pilaren van hardkoraal, en overal verspreid nog
wat hompen. De kleuren zijn mooi. De bekende vissen zijn in grote getale
aanwezig. Jammer dat ik aan een chronisch geheugenverlies leidt. Aan het eind
van de duik weet ik al niet meer wat ik allemaal gezien heb. Het is geen
decoverschijnsel. Het komt door de overvloedige aanwezigheid van opvallendheden.
In ieder geval veel druk bewegende juffertjes en opvallende koraalvlinders, een
groep wimpelvissen en papegaaivissen.. |
| Grappige anemoonvissen verdedigen dapper
hun anemoon. De anemoon is giftig maar daar hebben ze geen last van. Ze wonen er
zelfs in. Ze hebben handig gebruik gemaakt van een communicatiemiddel van die
anemoon. De tentakels zijn giftig en schieten hun gif in alles wat ze aanraken.
Zonder bescherming zou de ene tentakel dan de andere aanvallen. Daarom heeft
iedere tentakel ook weer een chemische stof die zijn buurman waarschuwt en de
aanval remt. De anemoonvissen hebben die remstof van de anemoon overgenomen en
remmen daarmee de giftige tentakels. Op hun beurt verjagen ze weer vissen die de
anemoon willen aanvallen. Een mooie samenleving dus. |
 |
| Er zijn grote scholen vis waar je niet omheen kan. Een
school snappers. Een groepje zwart gespikkelde diklipvissen. Ook minder
opvallende vissen, zelf dieren die proberen niet op te vallen.
Een krokodilvis
die ik alleen maar zie omdat hij toch een stukje beweegt. |
 |
| Onze Italiaanse gids
Roberto weet daar een valse steenvis te vinden. Die zit op de zandbodem en is
goed gecamoufleerd. Alleen als hij een beetje beweegt zie je dat de binnenkant
van zijn vinnen geel gekleurd is. Tijdens het zwemmen komt een vin vast te
zitten, dus ik kijk om waar dat dan wel mag zijn. Maar nee hoor. Het is Ronald,
hij trekt aan mijn vin om een grooooote grijze murene aan te wijzen. |
 |
| De tweede duik bekijken we de andere kant van het rif. Met
twee Zodiacs varen we uit. Roberto geeft duidelijke instructies. Bij drie
iedereen gelijk overboord en meteen afdalen tot drie meter. Hij vertelt het voor
de duidelijkheid nog een keer. “Dus: bij één, twee drie……..” Direct
gaat Ronald overboord. Voor hem is één keer uitleggen wel genoeg. Ook deze
kant is heel mooi. Een pauwoogkeizersvis schiet weg achter een koraalformatie.
Even er achteraan om hem goed te bekijken. Waar is hij nou? Het koraal heeft
veel plaatsen waar je als vis weg kunt kruipen. Dan zien we een school
geelvinbarbelen. Niet te tellen zo groot. Je kan er heel rustig tussen gaan
liggen, overal om je heen ziet het geel van de vis. en alsof dat nog niet genoeg
is zit daarbij nog een grote school barracuda’s. Het is een kleine soort met
ook weer een gele staartvin. Dit is veel mooier dan een aquarium. |
|
We maken er ook onze (enige) nachtduik. De Spaanse danseres
was met verschillende exemplaren vertegenwoordigd zodat iedereen ze kon zien.
Grote felrode naaktslakken.
Net wat te veel tussen het koraal verstopt om de
bijbehorende rode garnaal te kunnen ontdekken. Statig komen twee vleermuisvissen
voorbij.
|
|
| ’s-Nachts varen we naar The Brothers. Er staat een
behoorlijke wind maar desondanks gaat het slapen goed. We zijn aangemeerd bij
Big Brother. Het eiland met de vuurtoren. Maar groot, nou nee. De eerste duik
gaat naar 30 meter. Helaas geen haaien te zien, wel een tonijn in de verte.
Langs de rifrand gaan we weer langzaam omhoog. Hij is prachtig begroeid. veel
boomkoralen. Er omheen zwemmen meer rifbaarzen dan ik ooit heb gezien. Iedere
groep heeft zijn eigen leider. En als die ten prooi valt aan de natuur wordt
zijn plaats ingenomen door het meest dominante vrouwtje. Die verandert dan
gewoon in een mannetje. Verder veel kleuren en vormen die we al hebben gezien.
Maar de hele trip blijkt iedere duik telkens weer iets nieuws op te leveren. |
| De tweede dag zwemt er een haai rond de boot, maar voordat
wij hem kunnen zien is hij al weer verdwenen. Tot hij even later weer langs
komt. Het is een Oceanische witpunt en hij neemt zes loodsmannetjes in zijn
kielzog mee. Als van andere boten snorkelaars te water gaan kunnen wij niet
achterblijven. De haai komt nog een paar keer langs zwemmen en is heel mooi te
zien. Met zijn brede borstvinnen vind ik hem er een beetje log uitzien, maar
intussen… |
| Samen met Bert Moet (Scaldis) zwem ik naar een groepje
snorkelaars, degene die aan de buitenkant ligt heeft immers de meeste kans om
iets te zien. We hopen hem nog een keer te kunnen bewonderen. Maar de mede
zwemmers geven de moet op. Bert en ik blijven achter, al een eindje van de boot
weg. Ik ben blij dat ik niet alleen lig. Bert is een ervaren duiker en die weet
vast wel wat we kunnen doen en wat niet. Als we daar zo liggen komt die haai nog
een keertje langs, op een paar meter afstand. Prachtig te zien, zelfs een
beschadiging door parasieten. Alsof dat nog niet genoeg is komt hij even later
weer opdoemen. Recht voor ons. Hij zwemt rustig op ons af. Een heel
indrukwekkend gezicht zo. En hij komt steeds dichterbij en dichterbij. Ik denk
dat hij tegen ons aan zal zwemmen, maar net op het laatste moment maakt hij een
bocht en zwemt weg. Met zijn rechteroog kijkt hij ons indringend aan. Een moment
om niet meer te vergeten, zo indrukwekkend. De Oceanic is niet alleen. Het
blijken er twee te zijn en daarbij zwemt er ook nog een zijdehaai rond. Ook die
komt tot op enkele meters langs ons heen. Het arme beest heeft een haak met
meters lijn om mee te torsen. |
| Bij de zuidpunt van het eiland kom ik ook nog een keer een
voshaai tegen. “Onze” Roberto had hem in de gaten en ik heb een sprintje in
de aangewezen richting getrokken. De voshaai is erg schuw, hij komt niet dicht
bij maar toch goed genoeg om zijn grote staart te zien wapperen. Dan draait hij
om en verdwijnt in het grijze vergezicht. |
| Aan de noordkant ligt het wrak Nunibia. Het ligt recht op
de punt en loopt van 20 tot 75 meter diepte. Het wrak hebben we een paar keer
bezocht. Daarbij kwamen we als groep meestal al snel tot 40 meter. Dan maar even
kijken en direct weer hogere delen opzoeken. Iedereen blijft zo nog binnen de
nultijden. Het stroomt aardig bij die punt en een keer moeten we flink zwemmen
om het wrak überhaupt te kunnen bereiken. Mijn buddy is Duits maar in geen
velden of wegen te zien. Pas bij Nunibia aangekomen blijkt hij een voorsprong te
hebben genomen. |
 |
| Gelukkig alles goed, maar wel tijd voor een after-briefing. Op
de terugweg komt er een groene schildpad op ons pad. Hij is niet schuw en komt
vlak langs me heen om even adem te gaan happen. Dan komt hij weer teruggezwommen
om zich te laten bewonderen. Onverstoord gaat hij aan zijn middagmaal beginnen. |
 |
|
Bij het grote spul moet ik ook de napoleons nog noemen. Zowel bij Big als bij
Small Brother hebben we die ontmoet. Vooral de laatste werd steeds brutaler. De
eerste keer blijf hij wat op afstand. Een dag later zwom ik met mijn vin tegen
iets aan. Mijn buddy was het niet en ik had geen andere duiker in de buurt
gezien.
|
|
Ik draai me om, om me te verontschuldigen en kijk in de bolle ogen van
Napoleon. Hij kwam steeds dichterbij en bij Hans liftte hij een tijdje mee op
zijn fles en probeerde intussen aan zijn slangen te knabbelen. Waarschijnlijk
gaat hij dit gedrag vertonen omdat hij wordt gevoerd.
Dat is jammer, want er
zijn gevallen bekend waarin een dier afgemaakt moet worden omdat hij juist door
het voeren agressief wordt.
|
 |
| Langs de rifrand zien we verschillende poetsstations.
Poetsvisjes verwijderen de parasieten van bezoekende vissen. Zo zien we
tandbaarzen en barracuda’s onbeweeglijk hangen met de poetsvisjes om hen heen.
Ze zijn bijzonder nuttig. In Eilat is een keer een proef gedaan waarbij de
poetsvisjes werden weggevangen. Na enige tijd legden diverse soorten vis het
loodje. Te veel aangetast door parasieten. |
| Tussendoor is het harder gaan waaien. De Zeeuwen met
zeebenen schatten het op windkracht 7. De boot ligt flink te schudden en soms
kunnen we niet met de Zodiac weg omdat de zee te ruw is. Nou ja dan maar vanaf het
achterdek springen. Terugkomen is wat lastiger met een dansende boot moet je dan
op de trap staan en je vinnen uitdoen. Als ik daar sta te worstelen slaat er een
golf onder de boot en krijg ik de volle laag, mijn duikbril wordt van mijn neus
geslagen en dwarrelt in de diepte. Net op tijd weet nog iemand hem op te duiken.
De voorraad pillen wordt door menigeen aangetast, maar gelukkig blijft alles
goed gaan. Een enkeling slaat een duik over maar de meeste genieten nog steeds
van drie duiken per dag. En niet te vergeten van drie maaltijden. Het eten aan
boord is namelijk prima. Met als apotheose de kalkoen op vrijdag. Een spontaan
applausje valt de kok ten deel. |
Klik
hier
voor het
Reisverslag van de Clubreis 2002 (St
John's Reef Egypte)
|